De Schrijver, de Fotograaf en de Kracht van (on)Kwetsbaarheid

Als je hier klikt zie je een illegale opname van de videoinstallatie met het meisje op de foto. Ze danst op housemuziek, in een geïmproviseerde studio die Rineke Dijkstra achterin een club in Liverpool zette.
Ik schat dat de video met dansende, rokende, drinkende, in de camera starende tieners, twintig minuten duurt.
En twintig minuten op een bankje zitten, kijken naar grote projecties van deze tieners die zich meestal zichtbaar ongemakkelijk voelen?
Dat doet iets met je.
En waarschijnlijk is dat “iets” datgene wat de meesten waarderen in de foto’s van Rineke Dijkstra.
Het ongemak.
Of zoals ik dat ook diverse keren heb horen benoemen, en waar ik het ook wel mee eens kan zijn; De kwetsbaarheid, van de karakters.
De fotograaf blijft net zolang staan totdat je je masker laat vallen.

strandserie over de hele wereld, jaren 90

Rineke Dijkstra is al vanaf de jaren 90 een gelauwerd fotograaf. Uit die tijd is haar strandserie. Verder is ze is bekend van haar portretten van moeders vlak na de bevalling, stierenvechters vlak na het gevecht, en ontwikkelingsseries, waarbij ze iemand ieder jaar vastlegt.
Maar de video installaties waren eigenlijk nieuw voor mij.
De tentoonstelling in De Pont in Tilburg heeft twee zalen, links en rechts.
Omdat ivm een muziekfestival (Best Kept Secret) alle OV-fietsen waren uitgeleend, had ik bijna drie kwartier minder tijd in De Pont.
Ik moest nu lopend vanaf het station, naar De Pont.
En daarna vanaf De Pont helemaal naar een signeersessie van Mano Bouzamour, in de binnenstad van Tilburg.
En ik was nog nooit in Tilburg geweest, dus ik verdwaalde ook nog volop. Op de terugweg verdwaalde ik zo ver dat ik bij een cafetaria uitkwam waar ze een bord hadden hangen dat ze huisgemaakte friet verkochten.
Uitgeput van mijn lange dag, en niet wetende hoe lang mijn wandeling nog zou duren voor ik eindelijk het station terug had gevonden, ging ik naar binnen en vroeg of ze ook “echte” mayonaise hadden. Daar bedoelde ik mee; geen frietsaus.
“Nee, we hebben zelfgemaakte mayonaise,” zei de mevrouw.
Dat was nog veel beter.
Dus het verdwalen heeft me aan het einde van de dag nog wel een lekker Tilburg’s frietje opgeleverd, maar voor de rest kreeg ik er vooral enorme blaren van want het was heet en mijn sneakersokjes zakten steeds weg.
En ik verdwaalde dus heel vaak.
Alles bij elkaar had ik door OV-Fiets Gate dus drie kwartier minder lang in De Pont als ik had gewild en moest ik een selectie maken.
Daarom inventariseerde ik eerst welk deel van de tentoonstelling mij het meest aansprak. Dit was de rechterzaal. Hier hingen drie ontwikkelingsseries:
Die van het nieuwkomer meisje Amerisa, dat vijfentwintig jaar gevolgd wordt; Oliver, die bij het vreemdelingenlegioen gaat; en de serie van de drie zusjes, die zeven jaar lang gevolgd worden.
“Gevolgd” is misschien niet het goede woord.
Het zijn portretseries, en de foto’s worden jaarlijks gemaakt. Uitzonderingen zijn levensbepalende momenten;
Oliver wordt gefotografeerd op de ochtend voor hij het vreemdelingenlegioen ingaat. En aan het einde van diezelfde dag, als zijn hoofd geschoren is, en hij de eerste riten al gehad heeft.
En Amerisa wordt zwanger gefotografeerd én met haar baby.
Deze opnamedagen zullen vast bewust gekozen zijn.
Maar verder gaat het in deze drie ontwikkelingsseries uit de rechterzaal dus om foto’s die ongeveer eens per jaar worden gemaakt. “Volgen” betekent dus niet dat de fotograaf meeloopt in het dagelijks leven. De achtergrond, de context is zo neutraal mogelijk.
Zo zie je Amerisa niet terwijl ze een boekje leest of huiswerk maakt; maar is de eerste foto in een soort cubicle die Rineke maakte in het asielzoekerscentrum. De eerste foto was een project voor haar studie: er werden in die tijd meerdere kinderen door haar gefotografeerd.
Maar voor Amerisa bleef ze terugkomen.
Altijd fotografeert ze Amerisa tegen een vergelijkbare, neutrale achtergrond, hoewel zij wel haar huis, of in elk geval “een huis”, mag laten zien. Een bijna hotelachtige, zakelijke achtergrond van tapijten en gordijnen.
Oliver en de drie zusjes hebben zelfs helemaal geen achtergrond.
Deze is helemaal wit.
Net als de geïmproviseerde opnamestudio achterin de discotheek, waar ik dit stukje mee begon: video’s van dansende tieners tegen een witte achtergrond. Aan de randen is de muur alweer zichtbaar.
De twee geportretteerden van de twee andere videoinstallaties in het rechterdeel, zijn het tegenovergestelde van de zoekende, misschien zelfs dolende, tieners uit de disco;
De piepkleine roze topballerina Marianna, die wordt getraind door een Russische danslerares (zij blijft buitenbeeld). In de volledig roze trainingsstudio danst Marianna haar routine, terwijl de aanwijzingen onafgebroken op haar worden afgevuurd.
En tot slot de laatste video in dit deel: De Gymnasiastes van Sint Petersburg.
In tegenstelling tot Marianna, krijgen deze meisjes geen aanwijzingen.
Waardoor hun kwetsbaarheid veel sneller zichtbaar is.
Marianna is geleerd te lachen en zich goed te houden, maar net als het disco-publiek worden de Gymnasiastes juist uit hun routine gehaald, waarin duidelijk was wat ervan ze verwacht werd. Ze staan voor de camera zonder enige aanwijzing.
Deze video geeft een indruk van de video van Marianna en de Gymnasiastes.
Alle drie de video’s zijn fascinerend om naar te kijken, omdat je het ongemak begint te voelen.
Je voelt de gigantische druk op Marianna om te presteren, keer na keer na keer.
Het ongemak van in je eentje naar house luisteren, in het volle studiolicht.
De stuurloosheid van de gymnasiastes die ineens zonder enige regie zichzelf mogen zijn. Terwijl ze daar normaliter, net als Marianna, geen enkele ruimte voor krijgen.
En Marianna; die zo lang moet dansen tot ook haar masker valt, en ze een beetje begint te keten;
Wie de drie videoinstallaties afkijkt, krijgt een bijna “performance art” achtige ervaring. Je wordt zelf onderdeel van het ongemak, de kwetsbaarheid en kunt zelfs de neiging voelen om weg te lopen.
Voor wie nog meer tijd heeft, zijn er in de linkerzaal, waar het leeuwendeel van de foto’s hangt, ook nog twee video-installaties.
Maar hoewel mijn focus op de rechterzaal uit nood geboren was, had ik absoluut het gevoel dat dit de beste volgorde was;
de rechterzaal is veel beperkter – drie fotoseries, drie video installaties.
In een uur kun je die je onverdeelde aandacht geven.
De linkerzaal is groter, maar het werk doet daardoor ook fragmentarischer aan. Je laat je daardoor denk ik minder diep wegzakken, want je “moet” nog zoveel. Terwijl voor wie eenmaal onverzadigbaar en hongerig naar meer uit de rechterzaal komt, de linkerzaal een prachtige “tweede gang” is.
De overzichtstentoonstelling van Rineke Dijkstra is nog t/m 22 juli te zien in De Pont in Tilburg.
Na de tentoonstelling ging ik naar literair wonderkind Mano Bouzamour, die qua achtergrond oneindig veel meer kans had gehad als dolende tiener in een disco te eindigen, dan als gedisciplineerde gymnasiast met een stralende carriere.
Dat hij desondanks het tweede heeft bereikt schrijf ik dan ook volledig toe aan zijn eigen discipline, en niet aan iemand die buitenbeeld tegen hem heeft staan schreeuwen wat hij moest doen.
Mano heeft twee boeken geschreven, allebei bestsellers, en dankzij een strak sportschoolregime heeft hij het formaat van een kleine bodybuilder.
Hij is het charismatische bewijs dat iedereen, ondanks zijn achtergrond, ondanks alles wat iedereen tegen je zegt over dat zoiets niet kan; ondanks ruzie, en haat en nijd, dat het uiteindelijk maar op één ding neerkomt;
Jezelf.
Dat wat voor excuus je ook bedacht had om niet te hoeven presteren:
It’s bullshit.

Mano Bouzamour houdt een light sabre gevechtje met mijn poppetje Kylo Ren;
De pen tegen het zwaard.

Nou ben ik persoonlijk erg gevoelig voor deze boodschap, zeker als hij zo aantrekkelijk verpakt is, want ik ben vrees ik een underachiever pur sang. Om te beginnen weet ik niet eens wat mijn beroep is:
Ben ik yogadocent, of ben ik een academicus die geen normale baan wilde en van yoga hield, en toen dacht: “Hé, dan doe ik dat toch?”
(korte versie)
Ben ik een schrijver of iemand die in 2006 zonder pretentie is begonnen, en na twaalf jaar tien boeken (onder pseudoniem) heeft uitgegeven uit liefhebberij?
En als ik al jaren geen consistente yoga practice meer heb, ben ik dan nog wel een goede yogadocent? Of is het juist heel raar als je naast al die uren meedoen voor de klas nóg meer van hetzelfde nodig hebt, om in vorm te blijven?
Mag je jezelf überhaupt yogadocent noemen als je de essentie van je metier niet eens kent; Of mag je jezelf überhaupt schrijver noemen als je zulke lange paragrafen maakt en zinnen waar geen enkele redacteur je mee weg zou laten komen?
Nou?
Nou?
Dat soort twijfel en slackergedrag zorgt er dus bij mij voor dat ik bij zo iemand als Mano direct zie:
This is something else.
Hier zie ik wat ik had kunnen zijn, als ik mijn act together had. Dan word je de Arnold Schwarzenegger, de Will Smith, en de Jim Carey van de literatuur:
mensen die onderaan de ladder begonnen, of zelfs vanuit een achtergestelde positie die hun kansen op succes hadden moeten marginaliseren, maar die dankzij een ijzeren wil en doorzettingsvermogen de carrière opbouwden die ze voor ogen hadden.
De juiste mindset, heet dat tegenwoordig.
Ik hoorde laatst een mindset mentor zeggen dat succes niets te maken heeft met dat waar je goed in bent, of talenten die je van huis uit hebt meegekregen. Dat de invloed van hoe je jezelf ontwikkelt, de skills die je jezelf aanleert, de training die je talenten verfijnt etcetera, steeds belangrijker wordt.
Jimi Hendrix deed s morgens zijn gitaar om, en liep er de hele dag mee rond. Hij ging er zelfs mee naar de wc. Dat er nog steeds geen nieuwe Jimi Hendrix is, heeft veel minder te maken met dat er niemand met zijn talent is geboren sindsdien; En alles te maken met dat er niemand anders is die zijn gitaar mee naar de wc neemt, omdat hij geen minuut verloren wil laten gaan om te spelen.
Totdat je uiteindelijk uitkomt bij de stelling dat dat waar je mee begonnen bent er helemaal niet meer toe doet. Dat het verwaarloosbaar is geworden.
Mano signeert mijn boek, en we kletsen een beetje over de afgelopen jaren, en ik vertel hem dat het mij zo verbaasd dat niemand hem vraagt naar zijn success habits, of erachter probeert te komen met welke gedachten hij in staat is het hoofd te bieden aan alle kritiek, en gewoon recht op zijn doel af blijft stevenen.
Inmiddels is er alweer een nieuw doel; Amerika.
Mano zegt dat het iets Nederlands lijkt te zijn, maar draait daarna de vraag om;
Wat denk ik dat de reden is, dat er altijd mensen zoveel moeite lijken te hebben met zijn succes?
Ik moest hem het antwoord schuldig blijven.
Maar na het schrijven van dit stukje, denk ik dat ik het weet;
Mano confronteert ons, dat er geen excuses zijn. Dat het aan ons is, of we twee bestsellers hebben;
ja of nee.
En dat we uiteindelijk zelf kiezen;
Worden we als kind balletdanseres?
Slijten we als tiener onze nachten in de disco?
Gaan we als jong volwassene in het vreemdelingenlegioen?
Of doen we alles op eigen kracht en worden we als twintiger een internationale bestseller auteur met een biceps waar we drankjes op kunnen serveren?
Dat Mano Bouzamour laat zien dat wie hard genoeg werkt, beyond belief succesvol kan worden, zal voor sommigen ongetwijfeld een ongemakkelijke boodschap zijn.
Mano’s tweede boek Bestsellerboy is in alle boekhandels verkrijgbaar.
&
Hij heeft nog een aantal signeersessies. 

Join the tribe 

Wil je op de hoogte blijven?
Ik schrijf bijvoorbeeld over dagjes uit. Bovendien heb ik binnenkort groot nieuws over de yogastudio!
Je vindt de subscribe button voor dit blog waarschijnlijk rechtsboven op deze pagina.
Of like
Facebook M Yoga,
volg M Yoga op Twitter
en wie weet…pak it het weer op!
–>dan maak ik weer iets voor YouTube

waarschuwing
fragment bevat erg veel seksfragmenten;

Advertenties